Alleen door zuivering hervormt zich de Kerk.

Biografie |
|
Op zesjarige leeftijd voelt Antoine Bodar zich aangetrokken tot de liturgie. In hem ontstaat het verlangen om priester te worden. Hij wordt daarom meteen misdienaar. Na de Lagere School is hij leerling aan het Gymnasium van de paters jezuïeten, het Ignatiuscollege in Amsterdam. Maar Bodar houden de jezuïeten voor te dom en sturen hem van school. Feitelijk was hij meer dromer dan werker. Hij vindt een baantje in het archief van het dagblad De Tijd. De vermeende domheid en de chaotische toestand in de katholieke Kerk van Nederland na het Tweede Vaticaans Concilie doen Bodar zijn priesterroeping begraven.
Omroep & Studie
In 1969 doet Bodar alsnog staatsexamen Gymnasium A en vangt terstond de ene formele studie na de andere aan: geschiedenis in Amsterdam en Bazel, kunstgeschiedenis, literatuurwetenschap en filosofie in Leiden, theologie in Utrecht. In 1978 begint hij kunstgeschiedenis en esthetica te doceren aan de Universiteit Leiden. In 1987 promoveert hij cum laude aan de Universiteit van Amsterdam tot doctor in de filosofie op het proefschrift 'Schoonheidsleer van André Jolles'.
Als zijn belangrijkste leermeesters beschouwt Bodar Johan Huizinga, Sem Dresden, Johan Polak en Joseph Ratzinger.
Universiteit & Priesterschap
Na zijn wijding assisteert Bodar in 'De Krijtberg' te Amsterdam, zijn woonplaats van kindsbeen af, de geloofsgemeenschap waartoe hij sinds 1983 behoort. Niet alleen katholieken maar ook protestanten en 'buitenkerkelijken', onder wie veel studenten, weten hem te vinden. Toch besluiten de jezuïeten einde 1995 Bodar van zijn assistentie te ontheffen. Debet daaraan is de dan nog gepolariseerde Kerk in Nederland. In januari 1996 viert Bodar daar voor het laatst Eucharistie. Aansluitend draagt hij enige tijd de Mis op aan de Amsterdamse Goudkust in de inmiddels afgebroken 'Christus' Geboorte'.
In dezelfde tijd van zijn ontslag uit 'De Krijtberg' ontnemen hem zijn collegae in Leiden bij stemming de onderwijsopdracht in de esthetica. Hij treedt daar ten slotte uit dienst in 2003. Van 2006 tot 2011 is hij bijzonder hoogleraar voor christendom, cultuur en media aan de Universiteit van Tilburg, de leeropdracht die hij in 2013 voortzet als gasthoogleraar aan de Katholieke Theologische Faculteit te Utrecht.
Rome
Niet lang na zijn priesterwijding was Bodar begonnen met regelmaat over Christendom en Kerk te publiceren – in NRC Handelsblad, in Trouw, in Katholiek Nieuwsblad, in Nederlands Dagblad, in Brabants Dagblad en soms in de Volkskrant. Dat blijft zo vanuit Rome. Regelmatig vliegt hij daarenboven over naar Nederland om lezingen te geven en in de media commentaar te geven op gebeurtenissen omtrent de Kerk.
In augustus 2002 vraagt bisschop Hurkmans Bodar plebaan te worden van de kathedrale basiliek van Sint Jan in 's-Hertogenbosch, zijn geboortestad. Ook achteraf ziet hij in die benoeming een 'vingerwijzing Gods'. Ook voor zijn persoonlijke omgeving. Want in dat Bossche jaar sterven zijn vader en zijn broer en geraakt zijn moeder dementerend. Omdat de door de bisschop toegezegde medewerkers uitblijven, vraagt Bodar ontslag dat hij krijgt per januari 2004. Hij keert terug naar Rome. De verbinding met 's-Hertogenbosch evenwel blijft. Met regelmaat vervangt Bodar in de zomer zijn opvolger als plebaan. Sedert 2012 is hij voorts gedelegeerde van het Bossche bisdom voor de universiteiten.
Gemiddeld verblijft Bodar negen maanden per jaar in Rome en drie maanden in Nederland.
|