Antoine Bodar

Leven is louter dienen.

header-05.jpg
 

Zonder traditie vaart niemand wel

1 juli 2017 |  Antoine Bodar |  Reformatorisch Dagblad

REFORMATORISCH DAGBLAD 1 VII 2017

BART JAN SPRUYT

 

Zonder traditie vaart niemand wel

Het denken en geloven van het individu is beperkt en gebrekkig. We hebben de traditie van de kerk hard nodig, zo kunnen we leren uit een nieuwe bundel studies van Antoine Bodar.

Door een gelukkige samenloop van omstandigheden heb ik de afgelopen jaren minstens twee keer per jaar de stad Rome bezocht. In het najaar met een bus vol VWO-leerlingen, in het voorjaar als leider van een diverse maar altijd gezellige en geïnteresseerde groep mensen, bij elkaar gebracht door een onder ons bekend reisbureau te Hendrik-Ido-Ambacht.

Wat een bezoek keer op keer weer zo fascinerend maakt, is waarschijnlijk dit: Rome is de stad waar je meer dan een glimp opvangt van wat we de essentie van onze cultuur en geschiedenis kunnen noemen. Rome belichaamt de belijdenis dat wij barbaren zijn en dat de bronnen van onze beschaving buiten onszelf liggen. Rome immers is de synthese van Jeruzalem en Athene. Ondanks alle vuil, ondanks de stromen migranten die het centrum overspoeld hebben, blijft deze kern zichtbaar en tastbaar, na iedere confrontatie met een monument uit de klassieke oudheid, een kerk, een paleis uit de tijd van de Renaissance.

Tot het programma van mijn reizen behoort steevast een bezoek aan de Santa Maria dell’Anima, een barokke kerk in een straatje achter de Piazza Navona. Aan deze kerk is verbonden de Nederlandse priester Antoine Bodar (1944), bekend van radio en tv, en nooit te beroerd om schares refo’s de geschiedenis van zijn kerk uit de doeken te doen, het rooms-katholieke geloof te verklaren en lastige, pijnlijk-domme en soms ook goede vragen te beantwoorden. Ik sla het altijd met grote bewondering gade.

Lange tijd heb ik in de illusie verkeerd dat ik ooit enige indruk op Bodar had gemaakt. In april 2005 zaten hij en ik samen in een studio van de EO toen het overlijden van paus Johannes Paulus II bekend werd. In de uitzending zei ik zo langs mijn neus weg – in die aan flair en bluf grenzende zekerheid die tijdens zo’n optreden van je wordt verwacht – dat kardinaal Ratzinger wel eens zijn opvolger zou kunnen worden. Met hem had ik tijdens een congres in Bayreuth ooit in de rij gestaan voor een kop koffie, en ik wist dat hij woest geleerd was. En wat gebeurt? Nog diezelfde maand werd Ratzinger verheven tot de staat van Benedictus XVI. Maar mijn voorspelling heeft op Bodar geen indruk gemaakt, anders dan ik dacht. Toen het er eens over ging, kon hij zich mijn optreden zelfs helemaal niet herinneren!

Evenals Bodar bewonderde ik Benedictus zeer, veel meer dan de huidige paus. Benedictus sierde de bescheidenheid van de echte geleerde, en hij was de man die ooit schreef dat niemand het geheimenis van onze verlossing beter onder woorden heeft gebracht dan de Augustijner monnik Maarten Luther toen hij het had over de wonderlijke ruil tussen Christus en de mens.

Wat mij ook aanspreekt in Bodar is zijn overtuiging dat protestanten en katholieken hun verschillen niet moeten verdoezelen maar eerlijk moeten bespreken, en dat zij verder vooral moeten begrijpen dat zij samen een gemeenschappelijke tegenstander in het moderne liberalisme hebben. De vrijheid van geweten en geloof wordt allerwegen bekort en deze inperkingen bedreigen protestant en katholiek. In deze discussies is Bodar waarschijnlijk op zijn best, wanneer hij fier op zijn geloof en kerk in de studio’s van de Pauwen en Jinekken van deze wereld op zijn hurken gaat zitten voor een veelal verontwaardigde en onwetende schare.

Bodar heeft mij er ook van overtuigd dat het geschil tussen Rome en de Reformatie één van de drie sola’s betreft. Niet het sola van de genade, niet het sola van het geloof, maar het sola van de Schrift. Voor Rome is het én-én. En de Schrift, en de traditie. Terwijl protestanten alle traditie kritisch willen kunnen toetsen aan de Schrift, ligt de nadruk binnen de katholieke traditie veel meer op de gedachte dat wij die Schrift pas gaan verstaan binnen de stroom van de traditie, in het spoor van wat ‘altijd en overal en door iedereen’ is geloofd.

Bodar is ook een vruchtbaar scribent en heeft recent een zevende bundel met studies over cultuur en kerk het licht doen zien. De lectuur is aangenaam, het Nederlands van Bodar is zeer gesoigneerd. De titel van deze nieuwe bundel luidt: Geborgen in traditie, en we zijn met de hierin opgenomen opstellen dus in het hart van de discussie.

Het geschil loopt natuurlijk hierover dat het in de kerk van Rome mogelijk is (gebleken) dat iets aan het geloofsgoed wordt toegevoegd waarvoor een protestant geen enkele basis in de Schrift ziet, zoals de leer van de transsubstantiatie of Maria’s Onbevlekte Ontvangenis. Maar interessanter dan deze verschillen is, bedacht ik na lezing van deze fraaie bundel, de wijsheid die de traditie juist hogelijk doet waarderen.

Zo benadrukt Bodar dat vernieuwing zonder traditie niet mogelijk is. Traditie betekent verbinding met het verleden – algemeen én persoonlijk, collectief en individueel. In het klassieke denken is het individu dwaas, maar de soort wijs. Wat beduidt dat ons denken beperkt en gebrekkig is en dat wij op de schouders mogen staan van al die mensen die tot bepaalde inzichten zijn gekomen, ware inzichten over de werkelijkheid, en dat wij ons die eigen kunnen maken. Wij geloven wat de kerk gelooft en belijdt.

Protestanten, vooral van de radicaal-bevindelijke en evangelische tongval, denken altijd dat je zo maar opnieuw kunt beginnen, zonder de traditie, met een beroep op de verticaal. Bodar benadrukt het belang van de horizontaal, de continuïteit van plaats en tijd als resultaat van het handelen van God in de geschiedenis. Zonder traditie vaart niemand wel, is hier de boodschap. En juist protestanten moeten die ter harte nemen.

Mede n.a.v. Antoine Bodar, Geborgen in traditie (uitgeverij Ambo/Anthos).