Antoine Bodar

Dienen is ook duiden en verschaffen van beschutting.

header-05.jpg
 
Warning: array_shift() expects parameter 1 to be array, boolean given in /var/www/vhosts/antoinebodar.nl/httpdocs/wp-content/themes/antoine_bodar/single.php on line 14

Ecco la Primavera

26 maart 2020 |  Antoine Bodar

26 III 2020

Het is nog maar zo kort geleden, toen ik mij op 10 maart vanuit UmbriĆ« in een nagenoeg lege trein terug naar Rome spoedde, omdat het uitgaansverbod wegens het corona-virus  de avond tevoren was afgekondigd.

Het landschap al in lentetooi, de bomen en struiken in prille bloei. Sedertdien heb ik van de natuur niets meer weergezien in dit zo opwekkende jaargetijde.

‘Ecco la primavera’, dicht en zingt Francesco Landini, de Florentijnse priester in de veertiende eeuw: ‘Zie de lente komt —  om ons hart te verblijden, om tijd voor verliefdheid te maken, om het gelaat van vrolijkheid te laten stralen.’

Maar al vijftien dagen hebben we hier in Rome de schoonheid van de ontluiking niet meer gezien; want we hebben huisarrest en mogen niet naar buiten, tenzij noodzakelijk en dan met ‘reden waarom’ ingevuld formulier. Het toezicht van de politie wordt geleidelijk strenger. We zijn dus thuis — een twintigtal priesters in het midden van Rome. We zijn gezegend met een groot onderkomen met twee terrassen en verheugen ons over de ons royaal toegemeten behuizing, niet vergetend dat wij verwend zijn in vergelijking met menig Romeins gezin dat beperkter woont en ook moet binnen blijven.

Toch is naar verluidt tweehonderd meter verwijdering van huis toegestaan. Daarom waag ik mij  tegenwoordig elke dag na de Mis vanuit Santa Maria dell’Anima even buiten en loop langs het kerkje van de Lotharingers naar Piazza Navona, het langwerpige plein met de drie fonteinen, gebouwd op het stadion voor atletiekwedstijden van keizer Domitianus.

Zo gewaar ik een paar minuten eigen verbinding met de stad en de wereld, ofschoon de piazza leeg is en stil en het enige geluid komt van het voortklaterende water, al zou de eeuwigheid al zijn ingetreden.

Opmerkelijk van het oude Rome hier is dat vele monumenten getuigen van het roemrijke verleden maar dat hier nergens een boom of een struik of zelfs een bloem is te bekennen. De getuigenis is van steen zonder blijk van het voorjaar in de natuur. Maar de geschonken ruimte die mij eerst zo deed verbazen en verwonderen wordt na vijftien dagen al gewoon door vermeiing in vroegere eeuwen alsof die heden zijn, toen de hygiƫne weliswaar minder was maar de stilte nog de ziel kon strelen en het gemoed tot rust brengen.