header-05.jpg
 
Warning: array_shift() expects parameter 1 to be array, bool given in /var/www/vhosts/antoinebodar.nl/httpdocs/wp-content/themes/antoine_bodar/single.php on line 14

DANTE ALIGHIERI (II)

26 maart 2021 |  Antoine Bodar

27 III 2021

 

Na het Leonardo-jaar in 2019 en het Raffaello-jaar in 2020 verkeren we hier nu in het Dante-jaar 2021. Op radio en televisie wordt dit grotelijks gevierd met voordrachten, debatten en het tonen van de kunstwerken die de Divina Commedia verbeelden. Maar of de feestelijkheden her en der in het land doorgang kunnen vinden staat nog in de corona-sterren geschreven. De belangrijkste tentoonstelling heeft Dante en de beeldende kunsten van de dertiende tot en met de twintigste eeuw tot onderwerp en wordt gehouden in het stadje Forlì, de ‘natuurlijke brug’ tussen Toscane en Emilia Romagna, tussen Florence, de geboortestad van Dante en de stad waar hij is gestorven, Ravenna. De opening is voorshands verschoven van 12 maart naar 1 april, zo de lockdown zulks nu wel toelaat.

 

Ofschoon de jonge Dante zich van meetaf aan heeft toegelegd op de letteren en in het bijzonder de rijmkunst en de wijsbegeerte, was hij ook politiek actief. Zoals zijn vader was hij niet de Ghibellini (Keizergezinden) maar de Guelfi (Pausgezinden) toegedaan. Ook deze partij evenwel viel toendertijd uiteen in Bianchi en Neri, waarbij de Witten streefden naar een onafhankelijk Florence terwijl de Zwarten aansluiting zochten bij de Kerk. Als Witte vervulde Dante vanaf 1295 verschillende openbare functies en werd in 1300 zelfs gekozen in de raad van Prioren. Door twisten en kuiperijen, waarin als eerste paus Bonfatius VIII de hand had, viel hij in 1302 in ongenade door toedoen van de Zwarten en werd hij uit zijn vaderstad verbannen. Nooit meer zou de beroemdst gebleken zoon van Florence naar de stad aan de Arno terugkeren. Dante leidde  sedertdien een zwervend bestaan en woonde nu eens hier dan weer daar — Verona, Bologna, Forlì, Venetië, Ravenna en elders.

 

De Romantiek  heeft de Sommo Poeta gestyleerd tot ‘cultfigure’. Dante bevorderde de Toscaanse volkstaal, waarin hij de Commedia had geschreven, tot het algemeen beschaafd Italiaans. Dante is in persona de Italiaanse taal geworden.

In de periode van 1820 tot 1870,  Risorgimento (Herrijzenis) genaamd,  groeide hij uit tot de vader van het ene vaderland, tot het symbool van het verenigde Italië.

De Divina Commedia is voor het Italiaanse schiereiland  wat de Bijbel is voor de Kerk. En op school zijn de lessen in Dante niet minder verplicht dan die in Jezus. En wie van school niet wil weten treft het gelauwerde gelaat van de dichter, smal, met haakneus en scherpe kin, alsnog op de nationale twee-Euro-munt.

 

Door de toeëigening van Dante door het koninkrijk, nu de republiek Italië weet de Kerk zich uitgenodigd de vrome Opperdichter niet helemaal van zich te laten afnemen. Pausen lijven in jonger tijd Dante bij de Kerk in — de krachtige criticus van de Kerk die vijf opperherders, plaatsbekleders van Christus op aarde (zoals zij nederig heten) in de hel laat boeten voor hun te weinig liefdevolle leven. Daaromtrent later [Dante Alighieri III].

 

Florence heeft tot de dag van vandaag het nakijken waar het de stoffelijke resten van Dante Alighieri aangaat — straf voor de onverzoenlijke verbanning tijdens zijn leven — ondanks het spoedige eerherstel na zijn dood. In hetzelfde gebouw — de Podestà (tegenwoordig Museo Bargello)  — waar hij is veroordeeld, werd onlangs in de kapel het mogelijk meest gelijkende portret  van de dichter gerestaureerd, vervaardigd in de jaren dertig van de veertiende eeuw door volgelingen van Giotto, en als portret-type ook elders in de stad aan te treffen en bij voorbeeld  twee eeuwen later ook op de Parnassus in een van de Stanze van Raffaello in het Vaticaanse paleis.

Ook nu nog. in dit jaar 2021 van het zeven eeuwen geleden verscheiden van Dante, betreurt Florence de botten van de grote poëet niet naar zijn geboortestad terug te halen — als taalkunstenaar immers vergelijkbaar met Homerus en Vergilius, met Shakespeare en Goethe.

In 1519 was het de Florentijnen bijna gelukt. Medici-paus Leo X had toestemming gegeven het lijfelijke restant van Dante op te halen in Ravenna. Maar toen de Florentijnse delegatie daar aankwam, vond zij het graf in de Franciscanerkerk leeg. De minderbroeders hadden het gebeente van de dichter op tijd verborgen om de roof daarvan te voorkomen.

Voor de feestelijkheden van dit Dante-jaar (2021) is geopperd zijn stoffelijke resten een reis te laten maken langs de plaatsen waar de dichter tijdens zijn leven had gewoond. Maar de burgemeester van Ravenna wees het plan af met als argument dat Florence die nooit meer zou teruggeven, zodra de begeerde botten zijn vaderstad zouden hebben bereikt. De geboortegrond van Dante is veeleer geheel Italië dan alleen Florence, aldus de redenering.

 

Florence moet het blijvend doen met slechts de cenotaaf (het lege praalgraf) van de dichter in Santa Croce uit 1829 door Stefano Ricci. De Sommo Poeta zit peinzend op zijn tombe, terwijl Italia en Poesia aan zijn voeten hem huldigen en betreuren.

Buiten vóór de basiliek kijkt zijn kolossale standbeeld uit 1865 van Enrico Pazzi vorsend over de piazza. Dante houdt zo de staat Italië en de wereldwijde Kerk samen. Beide had hij in zijn geschrift De Monarchia uit circa 1316 al in macht gelijkwaardig geacht: De Keizer is niet ondergeschikt aan de Paus. Het Romeinse Keizerrijk  bestond eerder dan de Kerk en werd door Christus Zelf en Paulus erkend. De uitoefening van tijdelijke macht door de Paus strookt niet met de spirituele taak van de Kerk. Laat hij die liever aan de Keizer overlaten en zich beperken tot het zieleheil van de aan hem als herder toevertrouwde kinderen Gods.

Ongeveer tien jaar na de dood van Dante heeft paus Joannes XXII dit de Kerk kritiserende boek zekerheidshalve alsnog op de brandstapel doen brengen.