header-05.jpg
 
Warning: array_shift() expects parameter 1 to be array, bool given in /var/www/vhosts/antoinebodar.nl/httpdocs/wp-content/themes/antoine_bodar/single.php on line 14

Advent

2 december 2020 |  Antoine Bodar

Aanvang van het nieuwe liturgische jaar. Het hoopvolle groen van de paramenten maakt tot Kerstmis plaats voor het ingetogen paars, de kleur van boete en bekering. De oproep in de Evangelie-lezingen tot waakzaamheid met het oog op de wederkomst des Heren op de jongste dag, zoals op de laatste zondagen door het jaar, blijft voorlopig nog totdat we Joannes de Doper beluisteren die de eerste komst van Gods Zoon in het vlees aankondigt.

Advent is de periode van wakker uitzien, van verlangen, van verwachting en van geduldig wachten op de verschijning van God als de eeuwigheid in de tijdelijkheid, als het licht in de duisternis, als het inlaten van God met de menselijke geschiedenis.
En zo dringt het groen van de hoop evengoed het paars van de verootmoediging binnen.

Twee Psalmen verlenen samen een motief aan de Kersttheologie en kondigen daarmee profetisch de geboorte van de Gezalfde des Heren aan. In de ene (cf. Ps 2,7-8) spreekt God tot de koning (Christus Koning): ‘Gij zijt Mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt. Ik geef U de volkeren tot erfdeel en de grenzen der aarde tot bezit.’ In de andere (cf. Ps 110,1.3) richt God Zich nog eens tot de koning: ‘Wees gezeten aan Mijn rechter hand. Nog vóór de Morgenster, als de dauw in de vroegte, heb Ik U voortgebracht.’
in de geboorte van Jesus verbindt zich de aarde met de hemel, het tijdelijke (‘nog vóór de Morgenster’) met het eeuwige (‘heden heb Ik U verwekt’).
Hierbij voegt zich op natuurlijke wijze dat in elke viering van liturgie het altijd nu is, waarin het heden van het ritueel de hemel de aarde kust en de eeuwigheid in de tijdelijkheid treedt, de onvergankelijkheid in de vergankelijkheid, het onzichtbare in het zichtbare.

In dit jaar is mijn persoonlijke wachten — en dat van anderen met mij — hier in de Eeuwige Stad niet begonnen met de Advent maar al veel eerder. Per decreet van het vicariaat Rome ben ik — op voordracht van de Nederlandse bisschoppenconferentie — vanaf 9 september 2020 benoemd tot rector van de pelgrimskerk voor Nederlandstaligen, bijgenaamd de ‘Friezenkerk’, en tevens tot ‘capellanus neerlandicus’, kapelaan voor de in Rome wonende vaderlanders.
Wel benoemd (voor onbeperkte tijd), maar nog niet in openbare functie.
Het nog niet in functie getreden zijn heeft van doen met het beheer van de chiesa santi Michele e Magno (kerk van de heilige Michael en Magnus), zoals het bedehuis formeel heet.

De kwestie is deze:
Sinds 1989 is aan de Nederlanders het gebruiksrecht van deze kerk gegund. Dat is de verdienste van de rector van het (inmiddels opgeheven) Nederlandse College in Rome van destijds. Martinus Muskens heeft op grond van historisch onderzoek het Vaticaan — precieser: de fabbrica daar (de kerkfabriek dan wel het gebouwenbeheer van de Kerkstaat) — ervan overtuigd dit recht toe te staan.
Om het gebruik en de beheersing van dit tot het Vaticaan behorende huis van God passend te organiseren is toen een kerkbestuur gevormd. Daartoe is toen daarom opgericht de stichting ‘Willibrordcentrum’, terstond ondersteund door de stichting ‘Vrienden van de Friezenkerk’. Beide volgens het Nederlandse rechtssysteem en voorts met elkaar verbonden.

In jonger verleden heeft het Vaticaan de Nederlandse bisschoppen de voorkeur te kennen gegeven het beheer van de Friezenkerk volgens het canonieke (kerkelijke) recht te doen organiseren en niet volgens het Nederlandse zoals tot voor kort. Zulks betekent het bestuur, zijnde de stichting ‘Willibrordcentrum’, op te heffen om het kerkelijke rechtssysteem mogelijk te maken. Ten einde de beheersverandering te doen plaats vinden heeft de bisschop gedelegeerde van Nederland namens de conferentie in januari 2020 hier in Rome overleg gepleegd met het bestuur van de ons voor gebruik gegunde Michael en Magnus.
De overgang van het wereldlijke rechtssysteem naar het kerkelijke is weliswaar geschied, maar omtrent de wijze waarop is nog debat. En daarom ben ik wel benoemd maar nog niet in openbare functie — behoudens dan het sinds 1 november celebreren van de zondagse eredienst.
Wijs is het, volgens mij althans, mij buiten het klaarblijkelijk nog gaande debat te houden om mettertijd te passender te kunnen functioneren.

Wat behelst nu de overgang van het wereldlijke naar het kerkelijke rechtssysteem?
Het is de verandering van de vergadercultuur — met alle stemmen die nagenoeg gelden — naar het niet demokratische maar hierarchische denken dat eigen is aan de Kerk. Dat beduidt natuurlijk tevens dat luisteren naar eenieder altijd wezenlijk is. Nooit is het schrander niet eerst raad te vragen en gegeven raad in deemoed diep te overdenken.

Was bij het nu voorbije Nederlandse rechtssysteem in de Friezenkerk het bestuur van de stichting ‘Willibrordcentrum’ rechtspersoon, heden is dat de rector, geheel volgens het kerkelijke recht (canones 127, 228, 532, vooral 536 en 537). De rector wordt ter zijde gestaan door twee raden — een economische en een pastorale. Het betreft de door het canonieke recht bepaalde raden met adviserende, niet beslissende bevoegdheid. Dat is voorbehouden aan de rector, zij het dat hij heeft te luisteren naar de raden en zich zonder ophouden moet laten corrigeren en verantwoording verschuldigd blijft — zoals in mijn geval — aan de bisschop gedelegeerde van Nederland en wat het Vaticaan aangaat aan de daar verantwoordelijke bisschop van de fabbrica van Sint Pieter, eigenares van de kerk Michael en Magnus.

Wanneer deze rector dus als benoemde ook in alle opzichten zal functioneren staat in het teken van hoop en geduld, van wachten en afwachten.