header-05.jpg
 

Synodeduiding

23 oktober 2014 |  Antoine Bodar |  Brabants Dagblad

Brabants Dagblad 23 X 2014

SYNODEDUIDING (synode, gehouden te Rome van 5 tot en met 19 X 2014)

I

In vervlogen tijden, die weinig gelovigen zich waarschijnlijk willen herinneren, was het de taak van elke priester zich op de preekstoel te gedragen als een leeuw maar in de biechtstoel als een lam. Wat was de betekenis daarvan?

Als leraar moest hij de leer van de Kerk, het door Christus voorgeleefde ideaal, verkondigen met als oogmerk de andere gelovigen voor te houden dat volgen van die leer en dus dat ideaal de meest eenvoudige weg is Gods wil te doen en Christus te volgen, van Wie de Kerk ten minste voertuig is. Dat deed hij toen daar op de preekstoel die niet zo maar boven de kerkbanken uitstak. De kansel als teken van gezag en daarom ook zo geplaatst in het kerkgebouw dat de priester door eenieder zou zijn te zien.

Maar het zich gedragen als lam was de hem opgelegde gemoedsgesteldheid in de biechtstoel, de stille kast waarin de priester zijn taak had op te vatten als herder, als degene die – zelf zondaar – in Christus’ plaats slechts in grootste bescheidenheid luisterde naar de biechteling, hem troostte, hem nabij was en in mild oordeel hem de weg terugwees naar de Heer Zelf, de Enige in Wiens naam de priester zonden kan vergeven.

Ook al zijn preekstoelen en biechtstoelen heden weinig in gebruik, preken dienen hetzelfde doel als in het verleden en de gang naar de biechtstoel is alleen vervangen – voor zover al gebeurend – door een ontmoeting in een biechtkapel of elders waar ten minste de gebrokenheid van ons allen wordt beluisterd en besproken.

Meer besef heeft de priester nu waarschijnlijk gekregen dat hij liever de nadruk op de eigen opdracht legt als trooster dan als rechter, oordelaar over de hem toevertrouwde zonden. Overigens is zondenbesef nagenoeg verdwenen en vervangen door benul van foutjes, hooguit fouten, meestal louter als gevolg van andere mensen dan wel door zich voordoende omstandigheden in heden of verleden.

Toen en nu zijn priesters van nature of door ervaring mild in oordeel dan wel precies en zelfs scherpslijperig – al naar gelang de opvatting van de eigen taak.

II

De spanning tussen preekstoel en biechtstoel, die tussen leer en leven, ideaal en werkelijkheid, theorie en practijk is in het verleden niet anders als in het heden. Een gezonde spanning. Op grond van ons geweten – goed gevormd, dat wel, en zich steeds toetsend aan het door Jesus onderrichte en door de Kerk in trouw aan Christus voorgehouden ideaal – zijn wij altijd zelf degenen die moeten beslissen in eigen leven. Wij weten dat wij zelf in eigen persoon na onze dood voor Gods rechterstoel verschijnen om ons rekenschap te geven en ons te verantwoorden voor ons leven. Dat doen wij wel als lid van de Kerkgemeenschap maar niet als collectivum, niet alleen als knecht van de Kerk maar meer nog als bemind kind van God.

We kijken Hem in de ogen en leggen Hem uit waarom wij nauwkeurig de leer van de Kerk hebben gevolgd of daarvan zijn afgeweken. Wij zelf leggen verantwoordelijkheid af, terwijl wij voordien niet Zijn geboden hebben genegeerd maar daarmee gewetensvol zijn omgegaan.

III

Wat is nieuw aan de buitengewone bisschoppensynode over het gezin die volgend jaar oktober wordt voortgezet als gewone synode  omtrent het gezin en de mogelijkheden daarin tot missionering? Dat is veel en weinig. Weinig, omdat dergelijke bijeenkomsten steeds al golden de leer en het ideaal nog eens uit te leggen overeenkomstig de noden van de eigen tijd. Veel, waar het de door paus Franciscus voorgestelde toon van spreken betreft en het uitgangspunt van bespreking – het leven van alledag en onze gebrokenheid die geenszins beantwoordt aan het hooggestemde ideaal, door de leer van de Kerk verkondigd.

Alle pausen en ook bisschoppen en priesters zijn zowel herder als leraar en liturg. Maar ieder heeft het eigen talent dat in de drie taken meer naar voren treedt. Zo is paus Benedictus XVI vooral leraar en liturg, Franciscus allereerst herder in het volle leven. Kwestie ook van temperament.

Terwijl pausen normaliter op grond van hun gezag  telkens weer de leer, het ideaal, de theorie hebben uitgedragen, waarnaar wij als gelovigen ons hebben te richten, heeft paus Franciscus gekozen voor de omgekeerde weg: Niet vanuit de leer maar vanuit het leven, niet vanuit het ideaal maar vanuit de werkelijkheid, niet vanuit de theorie maar vanuit de practijk.

De bisschoppensynode heeft gehandeld over het gezin. Wat is volgens de Kerk een gezin? Idealiter bestaat het gezin uit man en vrouw die voor Gods aangezicht elkaar trouw tot de dood hebben beloofd en niet nieuw leven hebben tegengehouden maar, indien gegeven en naar eigen geweten besloten, kinderen als geschenk ontvangen, opvoeden en begeleiden.

Hoewel paus Franciscus als uitgangspunt  in deze synode heeft gekozen voor de barmhartigheid, onze dagelijksheid, onze levenspractijk van alledag, beduidt dat niet hij de leer die het ideaal is van Christus en Zijn Kerk vrij kan veranderen.

Verfrissend voor zoekenden en teleurgestelden kan zijn dat paus Franciscus het leven en niet de leer als punt van gedachtenwisseling heeft gekozen. In deze keuze blijkt hij de herder die dicht bij de mensen wil leven. Maar welk uigangspunt de ene paus of de andere paus ook kiest, trouw aan de Bijbel en aan de Kerk blijven. Het is niet mogelijk de ontbindbaarheid van het huwelijk, terwijl een van de echtgenoten nog in het ondermaanse leeft, nu te verontachtzamen. Het is niet mogelijk de ongeordende liefde, die de verbinding tussen twee mensen van hetzelfde geslacht behelst, nu plotseling tot geordende liefde te verklaren.

Wat zou voor elke gelovige de voornaamste vrucht van de nu afgelopen bisschoppensynode kunnen zijn? Wij allen dragen verantwoordelijkheid in leven en geloof. Wij zijn ertoe geroepen onafgebroken elke verantwoordelijkheid te dragen in overeenstemming met het geweten. Elke katholiek is ertoe verplicht elk besluit op grond van het eigen geweten te wegen in samenspraak met de leer van de Kerk, het door Christus voorgehouden ideaal.