Antoine Bodar

Dienen is ook duiden en verschaffen van beschutting.

header-05.jpg
 

Sportgod

23 augustus 2008 |  Antoine Bodar |  KRO Magazine

‘Geef de volkeren een les, Heer, laat hun weten dat zij maar mens zijn.’ Psalmregel (Canisius: 8,21)
die het oog streelt en het gemoed voedt, nu deze zomer de aanbidding van de sportgod alom de openbaarheid beheerst. Het ene festijn volgt het andere op, alsof sport het leven uitmaakt en leven de sport. Vergeet hedendaags heidendom niet de maat in zaken waardoor evenwicht te handhaven is en orde te bevorderen? Alles heeft zijn plaats en zijn tijd. Dit beduidt reeds dat overdrevenheid dwaasheid nabij komt, zoals zoeken naar roem wijsheid in de weg treedt.
In de schaduw van de sportgod horen we nog wat van de geldgod die banken beangstigt en beleggers doet beven. Maar wie de spanning in Oost-Europa wil volgen – de kwestie die saamhorigheid en vrede betreft – moet zoeken tussen de wedkampen wegens de het al op aarde beheersende sportgod, bij wie het steeds minder lijkt te gaan om het meedoen aan een wedstrijd dan om het winnen daarvan. Alleen de winnaar telt. Velen tellen dus niet. Verwording van sport.
Hoe zou de Heer, de enige God, onderrichten dat wij maar mens zijn? Wel geschapen naar Zijn beeld zijn wij evengoed sterfelijk. Ons leven hier is eindig. Dat brengt al benul van maar mens zijn. Wij bekronen de schepping en zijn toch slechts mens. Afschaffing van de eeuwige God heeft ons zelf tot hoogst tijdelijke goden bevorderd — ogenschijnlijk althans. Want met het leven is het als met de sport. Plotseling is het over. Opeens is het uit, hoe veel goud van allerlei soort we ook hebben nagejaagd. En zo soms goud wordt verworven, wat is dan feitelijk het bezit? Nagenoeg niets, behoudens enig aanzien of weldra vergeten eer.
Wat te denken van deze les: Zo de dood niet spoedig de roem achter zich laat, dan wel de tijd de roem en voorts de eeuwigheid de tijd.