Antoine Bodar

In bezoedeling gedijt de zuivering

header-05.jpg
 

Luie mappen

18 januari 2008 |  Antoine Bodar |  Katholiek Nieuwsblad

Bij het thema ‘kwaliteit’ in gezelschap van journalisten gaat onmiddellijkheid denken uit naar het eigen vak: ambacht van schrijven en terugdringing van vooroordelen waardoor integriteit wasdom bereikt.
Deze kwesties gaan reeds op bij informatieve artikelen, meer nog bij opiniërende, mogelijk het meest bij interviews – vooral wanneer die vraaggesprekken een portret moeten beduiden.
Vrouwen portretteren niet alleen anders als mannen maar ook beter, tenzij een vrouw zich een bitch-houding heeft gekozen en zich heeft gemeend te moeten aanpassen aan de kerelmentaliteit.
In dat ‘beter’ portretteren zijn zij in enen vollediger. Waarom?
Vrouwen hebben meer dan mannen het talent te luisteren. Zij vermoeden van nature dat luisteren vooraf gaat aan spreken.
Vrouwen zijn meer dan mannen bereid tot dienen. Niet alleen omdat luisteren meer dienend is dan spreken maar ook omdat zij het leven niet slechts als ‘doen’ beschouwen maar meer als ‘zijn’. Anders gezegd: De man gaat af op het doel en wil dus vooral doen en handelen. De vrouw omhelst het gehele leven en wil dus het geheel daarvan tot zijn recht laten komen.
De man wil slagen in het hem gestelde doel. De vrouw veeleer laat komen wat komt. De man verkent de strategie en verwacht op grond daarvan te winnen. De vrouw kent veeleer de terughoudendheid en durft op haar intuitie af te gaan.
Zulks blijkt mij alleen al uit wijzen van portretteren.
Hoe gaan journalisten – mannen en vrouwen – bij portrettering te werk?
Tot het definitief geworden tijdperk van internet beschikten alle redacties over dossiers met persoonsgegevens. Kwam iemand in de pers, dan werd zulks over die persoon uitgeknipt en in de map gestopt. Radio- en televisie-uitspraken werden niet geturfd, tenzij die neerslag hadden in de pers.
Dikker wordende dossiers bij bekender wordende personen.
De zich tot een portret voorbereidende journalist las tot voor kort louter de al dan niet dikke map door – en doet nu niet anders via internet – en gaat aldus, gewapend met andermans berichtgeving dan wel portrettering, op de te portretteren persoon af.
Meningen worden des te liever voor feiten aangenomen, wanneer die aangenamer lijken om te scoren. Journalisten lezen mappen van journalisten . Beeldvorming wordt niet opnieuw beproefd maar gewoon voortgezet.
Luie mappen-journalistiek derhalve
En wat betekent zulks voor de geschiedschrijving voor het nageslacht?
Beseft dat nageslacht deze journalistieke luiheid die hoofdzakelijk is gegrond in napraterij?
Is journalistiek bedrijven geen verantwoordelijkheid dragen niet alleen voor onze tijd maar ook voor de tijd na ons?
Heeft verantwoordelijkheid niet alles van doen met ‘kwaliteit’?