Antoine Bodar

Leven is louter dienen.

header-05.jpg
 

Leeuw en Lam

8 juni 2017 |  Antoine Bodar |  Nederlands Dagblad

 

Op 24 juni zal de jaarlijke, zo genoemde ‘Roze Zaterdag’ gehouden worden in ‘s-Hertogenbosch.

Waarom eigenlijk nog een ‘Roze Zaterdag’ en waarom nog een Amsterdamse ‘Gay Pride’? Wie het in de openbaarheid waagt homosexualiteit niet gewoon en normaal te vinden, kan rekenen op overdrachtelijke steniging. Homosexualteit is niet alleen de heilige koe van het vaderland maar in enen het gouden kalf. Dus zijn dergelijke manifestaties, die zelden zonder exhibitionisme kunnen plaats vinden, uit de tijd, overbodig en ouderwets.

Nu zal op de aanstaande ‘Roze Zaterdag’ een oekumenische gebedsdienst plaats vinden in de kathedrale basiliek van Sint Jan — bisschopskerk èn Mariaheiligdom, daarenboven wellicht het meest bekende katholieke Godshuis van Nederland. Het kerkgebouw is voor katholieken niet alleen een verzamelplaats voor gelovigen maar een gezalfd en aan God gegeven huis, waar men derhalve zwijgt en niet de mond roert, tenzij om te bidden of te lezen.

Waarom moet die dienst uitgerekend daar worden gehouden? De plebaan (pastoor) van Sint Jan gaat in de dienst voor samen met drie predikanten. Waarom de dienst niet gehouden in een protestant kerkgebouw of desnoods in een katholiek kerkgebouw met minder grote symbolische waarde?

Om de te houden dienst in de kathedraal te verdedigen heeft de Bossche bisschop een vriendelijk en pastoraal schrijven doen uitgaan. De gebedsdienst zal waardig zijn, verzekert hij de lezer. Dat moge zo zijn, maar wie kent nog het onderscheid tussen een gebedsdienst en een Eucharistieviering — zeker gezien de rel van enige jaren geleden in hetzelfde Godshuis omtrent ‘het recht op de hostie’ door de ‘roze’ aanwezigen.

Is de juist daar te houden eredienst niet alleen al door de rel van destijds een provocatie en een pastoraal toegeven waarin duidelijkheid ontbreekt?

In de brief wijst de bisschop op Carnavalsvieringen in het Brabantse waar zaken gebeuren ‘die moeilijk met de katholieke ethiek te rijmen zijn’. Dus als in dergelijke vieringen  zo iets gebeurt, waarom dan niet nu ook een  ‘roze’ viering? Is dit niet een omgekeerde aanpassing? Is niet de juist redenering dat voortaan Carnavalsvieringen juist geheel in overeenstemming met de katholieke moraal plaats vinden?

De bisschop maakt omtrent het verschijnsel homosexualiteit  onderscheid tussen het van oudsher spreken vanaf de preekstoel en het luisteren en raden in de biechstoel. Dat is een oud en troostrijk onderscheid.

Maar is niet het weldra openlijk optreden van de bisschop  om de sexueel anders georienteerden voorts te zegenen, een zaak die meer de bisschoppelijke preekstoel dan de biechtstoel aangaat?

Heeft de bisschop niet de taak in de openbaarheid als leeuw het ideaal uit te dragen en — los daarvan — in de biechtstoel (of wat daarvan momenteel over is) een gelovige persoonlijk en herderlijk tegemoet te treden? Dit geldt zowel de anders sexueel georiënteerden als hun ouders en andere betrokkenen.

De bisschoppelijk staf dient  op de kansel de kerkelijke richtlijnen als ideaal.

Dezelfde bisschoppelijke staf dient in de persoonlijke nabijheid mildheid en  barmhartigheid.

Voor de Kerk is de homosexuele oriëntering ongeordend en dus niet geordend.

In de moederlijke zorg van de Kerk gaan helderheid van algemene leer en begrip voor persoonlijk leven zeer wel samen.