Antoine Bodar

Leven is louter dienen.

header-05.jpg
 

Landgenoten kersttoespraak voor de koningin

1 januari 2010 |  Antoine Bodar |  Hollands Diep

Landgenoten, wij vieren het Kerstfeest, het hoogfeest van de vrede dat in ons land steeds zo verbindend is geweest tussen alle gezindten en standen. Een feest immers nodigt uit zich met elkaar in te laten. Want een feest vieren we niet alleen maar samen. Samen vieren versterkt eigen gezamenlijke identiteit.
Welke is onze vaderlandse identiteit van oudsher? Ons volk tekent zich door handelsgeest en organisatievermogen, vrijgevigheid en verdraagzaamheid. Onze mentaliteit van handel stuurt onze tolerantie. Voor wat hoort wat.
Al noem ik mij majesteit, wij allen samen beminnen de gewoonheid; want zulks is al gek genoeg. Mijn gekroonde hoofd uitgezonderd slaan wij samen elke kop eraf, wanneer die boven ons platte polderland uitkomt. Ondanks mijn koninklijkheid achten wij samen elke wellevendheid overbodig. Veeleer houden we lompheid voor eerlijkheid en zeggen we recht in het gezicht waarop het staat.
Dierbare onderdanen, alleen al deze laatste drie kenmerken – onze gezamenlijke voorkeur voor gewoonheid, platheid en lompheid – in relatie tot mijn majesteitelijkheid beduiden dat wij minder nuchter zijn dan waarvoor wij ons houden en dat wij natuurlijker met de paradoxen des levens omgaan dan wij zelf oordelen. Dit is een in ons volk verborgen wijsheid: Het leven blijkt niet rechtlijnig, evenmin louter rationeel, hoewel mijn intellectuele onderdanen zich op dat standpunt laten voorstaan. Tot dezelfde verborgen wijsheid reken ik het steeds weet hebben van eindigheid van ons eigen leven. Zo’n besef zou de ‘verhyping’ in media en volksvertegenwoordiging, waaromtrent een uwer afgevaardigden al uit mijn school heeft geklapt, onze gezamenlijke omgangsvormen ten goede komen en zo beleefdheid als vak terugbrengen op het lesrooster van onze scholen. Tot beleefdheid immers kan worden opgevoed. Goede manieren bevorderen onderlinge achting.
Als uw vorstin herinner ik u aan deze feestdag waarop christenen de verjaardag vieren van het Jesuskind in de kribbe te Bethlehem. Dat Kind kwam als alle kinderen naakt op de wereld. Juist het begin van nieuw leven brengt ons het einde van elk leven in geheugen terug. Ook ik als uw majesteit zal eens moeten buigen voor de majesteit van de dood en in naaktheid terugkeren tot stof.
Ofschoon ons volk voor het merendeel geworteld is in het christendom is die oorspronkelijke identiteit door de eeuwen heen verruimd. We onderkennen eens te meer hoezeer christendom is geënt op jodendom, hoe de christelijke leer is bevrucht door de Griekse wijsbegeerte en hoe het christendom op zijn beurt het humanisme heeft wakker gemaakt en de verlichting mogelijk. In ons vrije land kennen we de gehele uitwaaiering van gewone christenen naar cultuurchristenen, naar agnosten, atheïsten en tegenwoordig naar andersgelovigen. Wij prijzen ons gelukkig met de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en wij omhelzen overtuigd de scheiding van geloof en politiek, van Kerk en Staat. Maar hoe is het gesteld met onze identiteit?
Geraken wij samen niet steeds verder in het openbare moeras van onzijdige bekrompenheid – grijsmuizerij die afziet van identiteit en daardoor te minder integratie van nieuwe Nederlanders bevordert? Ik ben de koningin van àlle Nederlanders – oude en nieuwe. Maar zelfs ik ontken niet christen te zijn. In al mijn onpartijdigheid kom ik daar de komende tijd meer voor uit. En als teken daarvan zal ik zelfs mijn schoondochter eens toestaan in de openbaarheid van haar katholiek zijn blijk te geven. Scheiding van Kerk en Staat betekent niet dat een mens zijn geloof of levensovertuiging of desnoods ideologie moet uitbannen in openbaarheid. Dat is een benepen misvatting. Zouden mijn groene of liberale of socialistische onderdanen wel van hun geloof mogen getuigen in het publieke domein maar christenen niet?
Zouden wij, Nederlanders, onze identiteit niet loochenen maar beleven, we zouden genezen van ons geheugenverlies inzake de christelijke wortels van onze beschaving. We zouden onze geschiedenis als gemeenschappelijk geheugen beter leren kennen met het oog op de toekomst. We zouden zo moslims met hun voor ons vreemde godsdienst van de Islam eindelijk open tegemoet kunnen treden opdat integratie niet uitblijft.
Ik wens u allen de vrede die van God komt.