Antoine Bodar

Dienen is ook duiden en verschaffen van beschutting.

header-05.jpg
 

Identiteit

29 maart 2008 |  Antoine Bodar |  KRO Magazine

De afscheidsreceptie van Frans Slangen als voorzitter van de KRO op 8 III in Oirschot was hoogst Brabants en daarmee gemoedelijk en in bepaalde zin katholiek naar de cultuur.
Tevoren had in de majestueuse Petruskerk het ‘Stabat Mater’ van Rossini in opera-overvloedigheid deels geklonken. Voorafgaand aan dat concert sprak de scheidende voorzitter wijze woorden over dienstbaarheid aan de zaak zelf en aan het personeel waarover hij had mogen heersen en dat hij dus had pogen te dienen door in vertrouwen verantwoordelijkheid over te geven. Uit andere, niet minder passende toespraken begreep ik voor het eerst dat die kostbare campagnes van de KRO niet louter negatief en sloom en halfzacht te begrijpen kunnen zijn: Het gevoel dat deelt, waaromtrent ik mij altijd afvroeg of zulks ook nog tot iets zou kunnen leiden, en de Tien Geboden die wel erg eigentijds aan het ik-tijdperk zijn aangepast. Kardinaal Simonis, ongekend in vorm en zonder stok, sprak over het niet overlaten van de RKK-zendtijd aan de KRO maar over het toevertrouwen van de eigen zendtijd – reden waarom de bisschoppen hun vertrouwen in de KRO in het verleden niet hadden opgezegd. Ik beken hier daarvoor wèl eens te hebben gepleit – in de tijd dat de KRO liever soort AVRO wilde worden.
Wat nu te doen? Op de receptie krijg ik de analyse van Gerry van der List in Elsevier nummer 6 aangereikt: Uitgaand van interviews met de scheidende directeur Ton Verlind fileert hij de KRO wat zijn katholiciteit betreft. Mijns inziens terecht.
Slangen heeft de KRO gered en poging ondernomen deze omroep eigen identiteit te doen teruggeven. Maar hoe huidige leiding ook op ‘katholiek’ zou willen wijzen, in het verleden zijn vele personeelsleden aangenomen die van katholiek zijn hooguit hebben gehoord – en dan nog als ouderwets.
De K van KRO staat voor ‘katholiek’ en niet voor ‘kerkelijk’, zoals de voorzitter van Ledenraad en Raad van Toezicht in Oirschot terecht opmerkte. Een omroep is immers geen kansel. Voorts is het altijd formeel oogmerk van de KRO gebleven de katholieke leden over de volle breedte te bedienen. Vanuit omroepperspectief juist beleid.
Dat vermeend progressief na het Tweede Vaticaans Concilie op meer sympathie kon rekenen dan gewoon orthodox is bijgeschreven in het boek van de geschiedenis. Stilaan groeit meer evenwicht zoals in de gehele maatschappij en is zelfs naar de kerk gaan op de Dag des Heren niet meer ouderwets verschijnsel van mensen die maar niet bij de tijd willen geraken. Minder ideologisering, meer fierheid op eigen identiteit, meer openheid.
Maar wat is eigen katholieke identiteit? In afgeleide zin: Wellicht levensgevoel zoals in streken als Brabant, Limburg, Twente, Holland – al dan niet verbonden met het boerenland en al naar gelang meer of minder verbonden met Bourgondisch genieten. Verder misschien vermogen tot zelfrelativering en daardoor gave van (bepaald soort van) humor. In directe zin heeft identiteit van doen met christelijk en dan binnen het ene christendom met katholiek in varianten.
De meest direct identiteit bepalende programma’s zendt de KRO mijns inziens niet zozeer uit in de eigen zendtijd maar in die van de Rooms Katholieke Kerk. Zou het niet passender zijn als de KRO zelf programma’s zou uitzenden die de maatschappelijke betrokkenheid van de meest eigen identiteit tot onderwerp hebben. In de RKK-zendtijd komt de samenlevings-ellende breed aan bod. Maar signalering daarvan is niets minder geschikt voor de alom gedragen katholieke identiteit. Zo kan de RKK-tijd meer onmiddellijk kerkelijk worden, waarbij niet opiniering maar informering en voorlichting en catechese de eerste plaats innemen. Zulks versterkt de identiteit en is noodzakelijk omdat geloofskennis gering is geworden. Leden en personeelsleden en anderen kunnen zo voordeel vinden bij opdieping van schatten uit het geloofsgoed.