Antoine Bodar

In bezoedeling gedijt de zuivering

header-05.jpg
 

Hedendaagse ontkerkelijking

20 oktober 2018 |  Antoine Bodar |  Telegraaf

Antoine Bodar

HEDENDAAGSE ONTKERKELIJKING

De Telegraaf  20 X 2018

Ontkerkelijking is in volle gang; christenen verlaten hun bedehuizen en ogenschijnlijk  komt aan deze ontwikkeling pas een einde, wanneer het christendom uit Nederland is verdwenen ten gunste van ongelovigen en moslims. Maar is zo redeneren niet te louter sociologisch gedacht?

I

De jaren zestig brengen de ongebreidelde vrijheid en de aankondiging van de welvaartsstaat. Daarmee beginnen kerkelijke regels te meer te knellen, laten velen daarom de kerkgang achterwege en houden het leven stilaan voor maakbaar. Een perspectief over de dood heen verdwijnt, godsdienst wordt privé-zaak, de verering van het eigen ik rukt op en al hetgeen niet te beredeneren is en niet onmiddellijk te ervaren behoort niet te bestaan.  Zo verdwijnt het transcendente denken uit de samenleving, wordt christendom beperkt tot goed zijn voor de medemens en groeit tevens een levensinstelling die als opperste doel consumeren in materiële rijkdom nastreeft. De zin voor het heilige gaat teloor en daarmee voor het onnoembare, voor het algemeen religieuse. Mondigheid verdraagt zich niet met aanvaarding van gezag en al helemaal niet inzake de (sexuele) moraal. Kennis van het christendom is inmiddels even afwezig als de mening daarover aanwezig.

Laat deze algemeen maatschappelijke ontwikkeling zo zijn, met name de Moederkerk, wier stoel te Rome staat, wordt momenteel gegeseld door de misdaad van het sexuele misbruik. Wie toch al het kerkgebouw  hooguit alleen nog in de Kerstnacht betreedt, vindt het eigen gelijk  in de afschaffing van het katholiek zijn en laat zich eventueel — niet stil maar theatraal — uit de Kerk schrijven. Een sublieme afrekening met hetgeen niet meer behoort te zijn.

Sociologisch onderzoek bevestigt zo elk jaar weer opnieuw wat iedereen weet: De Kerk heeft haar tijd gehad.

II

Biedt het sociologisch denken weinig uitzicht voor het christendom in Nederland, het historisch denken laat wel perspectief, om te zwijgen van het gelovig denken door de christen die getuigt van de hoop die in hem leeft.

Na de revolutie in Frankrijk lijkt de Kerk onder te gaan, nochtans kent het christendom daar in de negentiende eeuw opnieuw een grote bloei. Na de Russische revolutie lijkt het christelijke geloof uit de bevolking te zijn geramd, maar na het tijdperk van de Sovjet-Unie bloeit het christendom daar evengoed weer op. Het zijn slechts twee in het oog lopende voorbeelden van jonger tijd.

De Kerk zal stellig blijven — ook in het toenemend decadente Nederland. Wereldwijd groeit de Moederkerk zelfs. Christenen als groepworden kleiner, maar juist in zo’n voor het oog te verwaarlozen positie zal zij meer dan voorheen het zout van de getuigende trouw kunnen zijn — zonder aanzien en zonder macht.

Katholieken en protestanten hier te lande groeien verder naar elkaar toe, beide de eigen overtuiging behoudend maar tevens verder weet krijgend van hetgeen hen bindt. De toekomst zal niet blijken aan de vrijzinnigen in beide tongvallen van het christendom maar aan de orthodoxen — zij God Die in de hemel woont naast de God Die in en onder ons aanbidden.

Voorwaarde is, dat christenen het heilige opnieuw ontdekken en zo de enig Heilige. Dit geschiedt om te beginnen in de eredienst op zondagochtend, waar zij elk in eigen traditie tevens allen in de andere traditie van het ene christendom bemoedigen.

In Nederland blijven ten slotte de orthodoxe christenen over.

De Kerk immers die trouwt met haar tijd, zal spoedig weduwe blijken.