Antoine Bodar

Leven is louter dienen.

header-05.jpg
 

Getuigenis van gerechtigheid

25 april 2015 |  Antoine Bodar |  Trouw

[In ietwat gewijzigde en verkorte vorm verschenen in Trouw op 25 IV 2015]

GETUIGENIS VAN GERECHTIGHEID

‘Wij mogen niet verzwijgen wat wij gezien en gehoord hebben.’ Zo paus Franciscus daags na zijn vaststelling van de Armeense genocide in de Petrusbasiliek hier in Rome ter herdenking van de poging tot uitroeiing van  Armeniërs door de regering van de Jonge Turken in het Ottomaanse Rijk honderd jaar geleden. ‘Zaken in vrijheid bij de naam noemen’, lichtte de paus monter toe.

Dat onderscheidt de geestelijke leider van de politieke pragmaticus die moet denken aan de centen en daarom gemakkelijker spreekt van ‘de kwestie van de genocide’ – vaag om de naakte waarheid dof te houden.

Ik was op zondag 12 april [2015] naar de pontificale plechtigheid getogen om te getuigen van mijn saamhorigheid met de Armeniërs. Mijn medeleven is persoonlijker geworden door mijn zwager, zoon van als kinderen verdreven ouders, ballingen die deel uitmaakten van de Armeense gemeenschap in Parijs.

Nog voorafgaand aan de Heilige Mis meteen na zijn begroeting deed paus Bergoglio zijn uitspraak waaromtrent Turkije terstond in woede is ontstoken:

Drie genociden kent de twintigste eeuw – de eerste onder de Armeniërs, de tweede als gevolg van het nazisme, de derde als gevolg van het stalinisme. En ook nu, in deze ‘Derde Wereldoorlog stuksgewijze’ zijn volkerenmoorden gaande, betoogde de paus. Een bescheiden applaus van instemming vulde even de Vaticaanse basiliek.

Later bij het uitreiken van de Communie – altijd een ogenblik van ontmoeting – kwam ik terecht bij de Armeniërs van de formele afvaardiging en kon hen zo in het gezicht zien – het oudste christelijke volk dat hier dank zij de fermheid van paus Franciscus eniger mate Gods gerechtigheid gewaar wordt.

I

In 2000 al had Joannes Paulus II gezegd dat de Armeense genocide een proloog was tot verschrikkingen die zouden volgen. In 2001 had hij het begrip ‘genocide’ vervangen door de aanduiding die de Armeniërs zelf aanwenden: ‘het grote kwaad’. Deze aanduiding had ook Benedictus XVI gekozen in 2006. Maar Franciscus noemt ‘de kwestie’ al voor de tweede keer als paus bij de naam. Niet alleen nu dus maar ook al na drie maanden pausschap.

Hoe was de reactie van Turkije toen – in juni 2013? Dezelfde als die van nu, zelfs in min of meer gelijke bewoordingen: ‘Absoluut onaanvaardbaar.’ En: ‘Van de paus wordt verwacht dat  hij aan de wereldvrede bijdraagt en niet dat hij vijandigheden over historische gebeurtenissen aanwakkert.’

Wel is de Turkse toon nu harder en bitser dan toen: ‘De paus hitst op tot haat.’ Religieuse ambten  zijn niet ertoe bestemd ‘met ongegronde verwijten vijandschap en haat te zaaien’. De uitspraken van de paus zijn ‘ongelukkig gekozen, boosaardig, ongerijmd’ en berusten op een verkeerde uitleg van de geschiedenis. ‘Gelijktijdig dragen ze bij aan het toenemende rascisme in Europa.’ Moslims en Turken worden zo gezamenlijk van schuld betichtigd.

In het door Jorge Bergoglio samen met Abraham Skorka geschreven boek ‘Over hemel en aarde’, verschenen in 2010, zegt de rabbijn: ‘De Shoah was niet de uitkomst van een toevallige woede-uitbarsting maar van een volmaakt beraamd plan binnen de beschaafde wereld van Europa – het plan om een geheel volk uit te roeien alleen omdat het Joods was.’ Daarop de kardinaal: ‘De grootmachten wasten hun handen in onschuld en keken de andere kant op; want in werkelijkheid wisten ze veel meer dan ze toegaven. Precies zoals ze deden met betrekking tot de genocide van de Armeniërs.’ De genocide van de Joden evenwel had een eigen karakter – een afgodendienst tegen het Joodse volk. Elders in het boek merkt de huidige paus op: Doden in de naam van God is idelogiseren van de religieuse ervaring.  Personen die dat doen hebben zich in zelfverheerlijking tot goden verheven. ‘De Turken deden het met de Armeniërs, het communisme van Stalin met de Oekraïners, het nazisme met de Joden. Ze gebruikten religieuse taal om mensen te doden.’

Het pausschap heeft de vroegere aartsbisschop van Buenos Aires – daar was hij bekend met de plaatselijke gemeenschap van Armeniërs – geenszins voorzichtiger gemaakt. Zijn oordeel is mogelijk slechts trefzekerder geworden.

II

Onder de vele betrokkenen in San Pietro bevond zich de Duitse historicus Michael Hesemann. Sinds 2008  heeft hij toegang tot het geheime archief van het Vaticaan. Op grond daarvan is vorige maand zijn boek ‘Völkermord an den Armeniern’ verschenen. Door zijn onderzoek naar Pius XII, als nuntius werkzaam van 1917 tot 1930 eerst in München en nadien in Berlijn, stuitte hij op een map met als opschrift ‘Vervolging van de Armeniërs’ – toegevoegde sleutel (in de toenemende stroom van publicaties) tot de ontknoping van ‘de kwestie’ wegens bewijzen van door de Jonge Turken zorgvuldig voorbereide uitroeiing van alle niet Moslims èn wegens onverschilligheid dienaangaande van de kant van Duitsland. Bewust zou de Duitse regering toen hebben weggekeken om niet de Turken als bondgenoot in de Eerste Wereldoorlog te verliezen. De Islam is toen als rechtvaardiging gebruikt en tot instrument gemaakt dit plan uit te voeren. Van wie kwam dat plan? In Berlijn zou het plan geopperd zijn dat Turkije een Heilige Oorlog zou aanvangen. Aldus Hesemann onder verwijzing naar de Amerikaanse ambassadeur in Constantinopel. Men hoopte daardoor de driehonderd miljoen Moslims wereldwijd te verenigen aan de zijde van de Duitsers tegen de Britten en de Fransen.

Zo is het dus gelukt het aantal Christenen van negentien procent in het jaar 1914 terug te brengen tot twee-tiende procent nu. Gevolg van de grootste Christen-vervolging aller tijden. Tot nu toe althans, voeg ik toe.

De ambassadeur van Duitsland bij de Heilige Stoel ontbrak in de Petrus-basiliek bij de door paus Franciscus met de Armeniërs gevierde liturgie, toen de waarheid zegevierde over de diplomatie op de Zondag van de Barmhartigheid, de Tweede van Pasen. Had de ambassadeur daar niet moeten zijn, juist wegens de wegkijkerij van het eigen land destijds? Weerhield de regering in Berlijn mevrouw Annette Schavan ervan aanwezig te zijn? Nog in 2012 weigerde bondskanselier Merkel ‘de kwestie’ als volkerenmoord aan te merken, terwijl in Frankrijk ontkenning van de Armeense genocide in 2011 bij wet strafbaar is gesteld.

Op maandag 13 april gaf de Frankfurter Allgemeine Zeitung als commentaar dat ten aanzien van de drie volkerenmoorden in verhouding Duitsland het best met de eigen genocide omgaat. Niemand zal dat loochenen. Verwerking en vergeving kunnen pas geschieden na belijdenis van schuld.

Tot verbazing en vreugde kwam later op dezelfde dag plotseling het bericht uit Berlijn dat de regering Merkel de nadien op vrijdag 24 april parlementaire  resolutie over gebruik van het begrip genocide alsnog zou steunen. En zo is gebeurd. Een mijlpaal van Duitse moed, gezien de eigen rol honderd jaar geleden. Twee dagen eerder, woensdag 22 april, had de derde bondgenoot in de Eerste Wereldoorlog – Oostenrijk – bij parlementair besluit de ‘kwestie’ volkerenmoord genoemd.

En Nederland? Dat blijft denken aan de centen. De door de Tweede Kamer breed gesteunde motie van de Christen Unie op 9 april  voortaan zonder meer over genocide te spreken is door de regering Rutte niet overgenomen. Het blijft in het vaderland een ‘kwestie’ van geld.

Op dinsdag 14 april publiceerde de Frankfurter een door haar correspondent in Istanboel een daags tevoren geschreven analyse over de wijze waarop in het geschiedenis-onderwijs op Turkse scholen aan kinderen het ‘probleem van de Armeniërs’ wordt voorgesteld. Welnu, die blijkt in tegenstelling tot de werkelijkheid: ‘April 1915 is geen leeg blad in de geschiedenis van het Ottomaanse Rijk’. Geen onbeschreven pagina.

Op woensdag 15 april riep het Europese parlement op tot herdenking van de genocide op het Armeense volk en spoorde in een resolutie Turkije aan de volkerenmoord van 2015 als volkerenmoord te erkennen. Het parlement van Europa bedrijft ‘religieus en cultureel fanatisme’, reageerde Turkije.

Onderwijl liet de moefti van Ankara alvast weten dat door de uiting van paus Franciscus – het bij de naam noemen van de Armeense genocide – het weer terugbrengen van de Hagia Sophia in Istanboel naar moskee een nieuwe aanzet heeft gekregen. Gebouwd als kerk in de zesde eeuw is de Hagia Sophia na de val van Constantinopel in 1453 als moskee gebruikt tot 1931. Sinds 1935 is het gebouw museum. In 2013 is voorgesteld daarvan weer moskee te maken en op 10 april jongst leden is daar voor het eerst weer uit de Koran geciteerd.

De Islamitische staat (sic) van een eeuw geleden lijkt in het Turkije van president Erdogan te herrijzen ten nadele van de interreligieuse dialoog en de scheiding van Kerk (Moskee) en Staat.

III

Wat is toen geschied bij de aanvang van de Grote Oorlog, de Eerste Wereldoorlog? We volgen het boek van Michael Hesemann:

Op 14 november 1914 ondertekent de sultan als kalief van de Islam  in Constantinopel de verklaring waarin Moslims van alle landen worden opgeroepen tot de Jihad, de Heilige Oorlog tegen de ‘ongelovigen’: ‘Overal ziet men hoe de vijanden van de ware godsdienst – speciaal de Engelsen, de Russen en de Fransen – de Islam onderdrukken en daaraan op elke mogelijke wijze de rechten ontzeggen. Wij kunnen de beledigingen niet tellen, die wij uit die landen hebben vernomen waarvan het enige doel is de Islam te vernietigen en alle Moslims van de aarde weg te vagen. Deze tirannie heeft alle grenzen overschreden. De beker van onze onderdrukking is vol en loopt over.’ En verder:

‘Deze Heilige Oorlog wordt nu tot heilige plicht. Weet dat het bloed van ongelovigen nu in de Islamitische landen ongestraft vergoten mag worden. […] Wie een ongelovige  van onze overheersers, hetzij heimelijk hetzij openlijk doodt, die wordt door God beloond.’

Bondgenoot Duitsland juicht de oproep tot de Jihad toe. Bondgenoot Oostenrijk reageert geschrokken. De Duitser Hans graaf Blome, verblijvend in de buurt van Constantinopel, bericht het Vaticaan op 6 februari 1915 over de ‘uiterst kritische’ toestand waarin de Kerk en het Christendom zich bevinden. Zij ‘lopen het gevaar in het Oosten volledig onder te gaan, als niet Zijne Heiligheid  — zich   rekenschap gevend van de ernst van de toestand – in het openbaar stappen zet en wel meteen.’  De diplomatieke inspanningen van de Heilige Stoel mislukken allemaal. Ten slotte op 10 september 1915 schrijft Benedictus XV zelf een brief aan de sultan om (tevergeefs) de hulp van Zijne Majesteit in te roepen – mogelijk ten einde raad na ontvangst van het bericht, een week tevoren gestuurd door de Armeens-katholieke aartsbisschop van Chalcedon over ‘de handelwijze van de Jonge Turken, daartoe ondersteund door de Duitsers’:

‘Tot de verschrikkingen van de huidige oorlog behoort niet in de laatste plaats de slachting onder de Armeniërs in Turkije, verordend door de Turkse regering en voor het grootste gedeelte reeds uitgevoerd. […] In juni jongst leden gaven de Jonge Turken bevel in alle provincies van Armenië de Armeense bevolking te arresteren – niet alleen de katholieken… […] Deze deportaties vinden plaats met ongekende barbarij. De soldaten vormen groepen van mannen, vrouwen, zusters, meisjes en jongens. Ze dwingen die gewelddadig met bajonetten tot marsen. Daarbij hebben ze velen vermoord en in de rivieren geworpen… [Het is] een systematische vernietiging van de Armeniërs in Turkije.’

Die stelselmatige  uitroeiing wordt gemarkeerd door de razzia onder de meest vooraanstaande intellectuelen in Constantinopel in de avond van 24 april 1915.

Welke beweegredenen hanteerden de Turken het Armeense volk in hun Heilige Oorlog tot zondebok te maken?

De Turkse minister van Binnenlandse Zaken had al aan de Duitse ambassade openlijk laten weten dat zijn regering van de Wereldoorlog gebruik maakte haar binnenlandse vijanden – de inheemse Christenen van alle gezindten – grondig op te ruimen zonder daarbij door diplomatieke inmenging uit het buitenland te worden gehinderd. Eerste wapen.

Er waren opstandelingen onder de Armeniërs – een kleine minderheid tegenover de grote meerderheid. Niettemin opstandelingen. Tweede wapen.

Armeniërs verdienden het gewantrouwd te worden, deels wonend in Turkije deels wonend in Rusland, de vijand samen met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Derde wapen.

Meteen aan het begin van de Eerste Wereldoorlog hadden de Russen de grens aan de Kaukasus van het Ottomaanse Rijk overschreden. Slag werd geleverd – Turken en Armeniërs schouder aan schouder, opkomend voor het gezamenlijke vaderland. De nederlaag aan Turkse zijde was vernederender dan in woorden te vangen: Dertigduizend Russen verloren hun leven tegenover tachtigduizend Turken, terwijl nog twaalfduizend soldaten in Russische gevangenschap geraakten. Ofschoon ter verdediging van Turkije omstreeks tienduizend Armeniërs waren gevallen, bepaalde de regering dat de schuld van de vernedering slechts aan de Armeniërs kon liggen. Vierde wapen.

Het is nu de tijd – en die was er al lang – niet te spreken van ‘de kwestie’ maar wereldwijd te belijden dat deze volkerenmoord de eerste genocide in Europa is geweest. Zulks geneest de ziel, bevordert de vrede, brengt eenheid waar verdeeldheid heerst.