Antoine Bodar

In bezoedeling gedijt de zuivering

header-05.jpg
 

De Kracht van Nederland

1 juni 2008 |  Antoine Bodar |  CDA.NL Het Tijdschrift

Wat is de kracht van Nederland? Nederlanders schijnen van tijd tot tijd krachtig in voetbal spelen en altijd in handel drijven en immer in geld schenken aan slachtoffers van rampen. Nederlanders zijn Europees gericht. Nederlanders zijn krachtig in beterweterij en in lompheid en in onderlinge afgunst.

Waar is die kop? Wie heeft die kop? Eraf die kop. De kop moet eraf, zodra die zich durft uitsteken boven het poldermaaiveld. Niet toevallig uitnemend cliché. We spreken met elkaar recht toe recht aan. Zinvol. Elkeen is alleen gebaat bij helderheid. Maar waarom niet in wellevendheid? Wellevende helderheid. De kracht van de lompheid is de zwakheid in de wellevendheid. Afgunst is niet alleen een Nederlandse kracht. Ons vaderland deelt deze kracht met de gehele mensheid. Maar wij zijn door het polderlandschap van ons land uitzonderlijk begaafd in de afgunst – de nijd dat de ander ietwat meer aanzien heeft dan de ene.

Heffen wij niet wereldwijd de vinger, omdat wij het beter menen te weten? Alweer een cliché. Wij zijn krachtig in het vinger heffen. Wij staan vooraan om anderen in andere landen te oordelen en te veroordelen. Feitelijk behoort de mening van de Nederlanders te worden overgenomen door alle mensen. Daarom staan Nederlanders vooraan bij vrijwillige euthanasie en bij de onzin het begrip ‘huwelijk’ op te rekken tot andere vormen van samenleven in zorg voor elkaar.

De kracht van Nederland is de gerichtheid op Europa vanaf het begin van de Europese gedachte. Dit ondanks de afstemming van de zo geheten ‘grondwet’ van Europa. In die kracht zijn wij meteen steeds meer zwak geworden. Want wij zitten gezamenlijk met onze rug naar het Europese continent en verwachten het heil – welk heil? – van over de Noord-Zee of liever nog van over de Atlantische Oceaan. Onze Amerikaanse kracht is onze Europese zwakheid. Wij spreken nagenoeg geen Europese talen meer – alleen Engels in de lelijke Amerikaanse variant.

Trots op mijn vaderland ben ik wanneer het om onze kracht gaat royaal anderen te helpen – mits via giro 555. Wij menen zo’n hulp werkelijk. Tevens brengen we zo ons geweten in slaap dat immers soms wakker wil blijven om onze dikbuikigheid. Wij steunen ineens en spontaan slachtoffers vanuit onze dikke portemonnaie – meestal armen die toch al geen buik zouden kunnen krijgen wegens altijd hen beheersende armoede.

Wij zijn een handel drijvende natie. Dat heet een kracht. Laat het een kracht zijn. Maar dan niet met de rug en de kont naar het Europese continent gericht. Wij zijn als land verplicht wat cultuur betreft jegens de Zuidelijke Nederlanden, Frankrijk en Duitsland. Onze opperste kracht in lompheid leven wij evenwel nog steeds uit jegens de Duitse landen, jegens welke we meest verplicht zijn – ook economisch.

Wij zijn krachtig af en toe in voetbal. Ik schrijf deze bijdrage op de avond van Nederland – Roemenië. Het nationale gevoel bereikt hoogte van solidariteit bij de kleur van oranje. Maar welke eensgezindheid? Die van het biervat en de platheid of van de onderlinge menslievendheid die zelfs soms christelijk mag heten?