Ontwereldlijken voorkomt Ontmenselijken

Dilemma |
|
9 september 2011 | Antoine Bodar
|
Nederlands Dagblad
|
|
De Kerk wil altijd de mens nabij blijven en hem troosten. Zij heeft de opdracht de barmhartigheid van Christus overal te tonen. In Zijn naam veroordeelt zij wel de zonden maar niet de zondaar, wel hetgeen verkeerd is maar niet de persoon die verkeerd handelt. Gaat een persoon tegen de regel en zo tegen de raad van de Kerk in, dan respecteert zij de gewetensvol afgewogen keuze uit eerbied voor die persoon. De weigering van een kerkelijke uitvaart bij euthanasie is daarom geen veroordeling van de persoon in kwestie. Indien de Kerk zo’n persoon dus niet veroordeelt, waarom hem dan niet kerkelijk uitgevaren? Dat is toch barmhartig? De Kerk leert op grond van de Bijbel dat het leven geschenk is van God, de Schepper. Daarom verdient het bescherming vanaf de vrucht in de moederschoot tot de uitblazing van de laatste adem op het sterfbed. Wij zijn niet gemachtigd het leven zelf te beëindigen uit liefde tot God die het ons geschonken heeft. Waarom beschouwen mensen van tegenwoordig lijden vaak als het bewijs dat God niet bestaat? Waarom willen wij het gehele leven in de hand houden en het zelf sturen tot en met de dood? Het metafysisch denken is teloor gegaan. Bovennatuurlijk denken sluit de eigen natuur in maar richt de aandacht tevens naar hetgeen meer is dan het direct tastbare en het direct zichtbare. Het is de uitnodiging verder te denken dan het leven kort is. Het besef dat wij zwervers zijn op deze aarde, pelgrims onderweg, mensen van even – groeiend, bloeiend, stervend. De Kerk kan niet anders dan ons te leren dat het wezen van de mens dienen is, dat alles zijn zin heeft (ook het lijden), dat God ons bemint en in wederkerigheid ons vraagt Hem te beminnen. Dit perspectief reikt over de dood heen. We zouden dus moeten terugkeren naar geloof in God en daarmee naar geloof in Zijn bruid, lichaam, voertuig, gemeenschap die de Kerk is. Zouden we ons bekeren, we zouden minder de menselijke maat aannemen maar ons richten op de goddelijke maat, zoals de Kerk ons voorhoudt. Job’s bede (1,21) is actueler dan welke hype ook: ‘De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen.’ God schenkt ons het leven, Hij ontneemt ons het leven. Altijd zij Hij in dankbaarheid om het leven geprezen. Wie het leven kan overgeven aan God en niet te zeer onder de indruk van eigen uniciteit blijft en weet heeft van de tijd van het komen en de tijd van het gaan, die komt geluk op het spoor en tevredenheid die vrede is. |