Ontwereldlijken voorkomt Ontmenselijken

Pater Winand Kotte, Assumptionist |
|
26 juni 2009 | Antoine Bodar
|
Katholiek Nieuwsblad
|
|
Op voorstel van de Willibrordgemeenschap hebben wij deze Heilige Mis gecelebreerd ter nagedachtenis en tot intentie van de Assumptionist pater Winand Kotte die zo lang, tot zijn dood in 2006, de herder is geweest van de gelovigen die in deze kerk zijn samengekomen.
Als dertienjarige jongen heb ik hem leren kennen. Op school bij de jezuieten in Amsterdam heb ik die tijd daar onderbroken en zo de tweede klas en een trimester van de derde klas van het gymnasium gevolgd op Stapelen in Boxtel, het seminarie van de Assumptionisten waar pater Winand mijn leraar Latijn was. Spoedig werd hij daar in Boxtel ook mijn biechtvader. Kennelijk was er meteen enige geestesverwantschap te bespeuren; want mijn moeder, samen met mijn vader de ouderdag bezoekend, was pater Winand bij de ‘Mis met drie heren’ al opgevallen – dus vooraleer zij hem werkelijk zou ontmoeten nadien als klasseleraar. En dat klaarblijkelijk niet zonder zorgen. Waarom? Het moet die zijde van het priesterschap zijn geweest die mijn moeder het minste aanstond in priesters – dat gedeelte dat geenszins van de wereld is. En hoe een zoon dan te leren met de wereld om te gaan die toch al aanleg heeft te willen verdwijnen zo niet in het mysterie dan toch ten minste in de liturgie. Zo iets moet bij de moederlijke zorg doorslaggevend zijn geweest. Het was in die tijd dat de alom geliefde paus Pius XII stierf. Bij de keuze van Joannes XXIII – toen in 1958 – hieven wij in de noodkapel van Stapelen het Te Deum aan. En zulks van harte, hoewel mij persoonlijk Pius meer als ascetische paus voorbeeldig leek dan zijn gemoedelijk uitziende opvolger. Deze zou spoedig het concilie bijeenroepen. Van dat concilie zouden leden van de Kerk in Nederland naderhand misbruik maken door de hoogheid van het mysterie te verbannen en de platheid van de gewoonheid te benadrukken. Nog ten tijde van mijn Boxtel-tijd – dus terstond al – maakte hij mij als pupil deelgenoot van zijn twijfel omtrent de opvolger van Petrus: Joannes of toch iemand anders? En pater Winand meende iemand anders. Katholiek Nieuwsblad heeft daarover in de editie van 12 juni [2009] bericht. Die dwaling van toen heeft pater Winand altijd als stok gediend om hem verdacht te houden – ook nadat hij die dwaling reeds lang achter zich had gelaten en daarvan was teruggekeerd. Na mijn vertrek uit Boxtel is het contact tussen de voorhene biechtvader en de jongen van toen gebleven. Aanvankelijk wisselden wij brieven en bezocht hij mij later op mijn studentenkamer in Amsterdam. Weer later was lange tijd geen contact tussen ons. In 1973 of 1974 troffen de pater en ik elkaar persoonlijk na lange tijd opnieuw – maar toen voor de televisie. In het NOS-discussieprogramma Stroming leidde ik een gesprek tussen vertegenwoordigers van NCRV en EO enerzijds en KRO en Willibrordomroep-in-oprichting anderzijds over verticaliteit en horizontaliteit van Godsgeloof en de vertaling daarvan in Hilversum. De aspirant-Willibrordomroep werd vertegenwoordigd door pater Kotte zelf. Na 1985, toen ik de priesterroeping had opgegraven, heb ik pater Winand wel eens bezocht in zijn Willibrord. Oude vertrouwelijkheid werd wakker geroepen en nieuwe behoefde niet te worden bevorderd. Zo was hij één van de vele priesters die mij met bisschop Bomers in 1992 de handen hebben opgelegd in de kathedrale basiliek te Haarlem. Ik treed niet in deze zaak van de toen zo gepolariseerde Kerkprovincie, waaraan vooral de aan Rome gewoon trouwe gelovigen hebben geleden. Het past mij evenmin te treden in de zaak van de eerwaarde heer Klos, die pater Winand vanuit deze kerk heeft begraven en diens taken in dit kerkgebouw enige tijd heeft vervuld. Naar verluidt heeft hij de congregatie van de Sacramentijnen al enige jaren geleden verlaten en zoekt hij nu als gesuspendeerde priester naar onderdak in een bisdom van de universele Kerk. Daarom bid ik voor hem dat na onderzoek en bij gebleken geschiktheid een bisschop hem zal willen aanvaarden en dus incardineren zodat hij opnieuw de priesterlijke taken zal mogen vervullen. Vandaag vangt het priesterjaar aan. Vanavond tijdens de Vespers in Rome heeft paus Benedictus XVI dat jaar geopend. Dit nu geopende jaar staat onder patronaat van Jean Marie Vianney, de pastoor van Ars, die in 1859 honderdvijftig jaar geleden is gestorven. Dit brengt mij terug bij pater Winand. Eens in Utrecht, waarschijnlijk om in het kader van de Vereniging voor Latijnse Liturgie de Gregoriaans gezongen Hoogmis op te dragen in de metropolitane kerk, liep ik door de Minrebroederstraat langs de Willibrordkerk. |