Ontwereldlijken voorkomt Ontmenselijken

De Moeder wijst naar haar Zoon |
|
10 mei 2008 | Antoine Bodar
|
KRO Magazine
|
|
Welk jaargetijde past meer bij een voorstelling van de hemel dan de lente – in het bijzonder de maand mei? Is het niet alleen al daarom passend dat wij nu de ‘schoonste der schepselen’ in dankbaarheid jegens de Schepper te meer huldigen met bloemen om met haar samen de krans van rozen te bidden tot overweging van de grote geloofsgeheimen? Vele geloofsgenoten vereren haar juist in deze maand, bezoeken haar pelgrimsplekken en branden lichtjes bij haar beeltenis. Verder weg en dichter bij – daar waar zij is verschenen aan eenvoudigen of waar haar reeds oudtijds een antiek heiligdom ter verering is toegewezen of waar zij volgens vrome overlevering in nood tussen beide is gekomen en komt. Maria, de Moeder Gods – zonder zonden ontvangen en zonder zonden gebleven. Zij is het schepsel, zoals werkelijk door God bedoeld bij het scheppen van de wereld voorafgaand aan de zondenval. Maria is de mens, geschapen naar Zijn eigen beeld en Zijn eigen gelijkenis en daaraan in genade volstrekt en onverbroken trouw. Maria, onze voorspreekster. Zoals alleen in ware liefde wijst zij nooit naar zich zelf maar altijd naar de ander, allereerst de volledig Andere. De Moeder wijst naar haar Zoon. Zij kan en zij wil niet anders. Per Mariam ad Jesum (door Maria tot Jesus). Zij troost ons, wanneer wij ons ver van Christus verwijderd weten. Zij is als mens ons altijd nabij en wijst in enen op Hem Die zij als Kind heeft gebaard door overschaduwing van de Heilige Geest – Hem Die God en mens is: Jesus de Christus, de toen lang verbeide Messias. II III Oekumene leeft van twee beginselen waarvan de grond is het nederig gemeenschappelijk zoeken naar de Waarheid – Jesus Christus. Het ene beginsel is de broederlijkheid die voortkomt uit het gezamenlijk Christen zijn. Dat betreft de oekumen van het hart. Dat is tevens het besef dat Christenen meer onderling bindt dan onderling scheidt. Het andere beginsel is de helderheid van voortdenken; want werkelijke oekumene is niet gebaat bij verdoezeling. Dat is tegen de eerlijkheid. Vaagheid maakt Waarheid dof. Ten aanzien van Maria zou ik drie standpunten willen onderscheiden: Maria in het heilsgebeuren waarvan de Kerk hoedster en voertuig is. Maria in de eeuwenoude devotie die te verbinden is met haar verschijningen zoals in Lourdes of Fatima. Maria, ten aanzien van wie vooral ontkenning bestaat. Hoewel Mariadevotie en haar plaats in Gods heilsplan niet los van elkaar begrepen worden, laat ik die hier nu terzijde en beperk mij tot de kern: Is Maria’s plaats in de heilsgeschiedenis werkelijk ertoe doend of kan die evengoed worden genegeerd? |